Na een paar dagen onderweg (varend bedoel ik) wordt het tijd om een belofte in te willigen. We hebben de kinderen belooft dat we de binnenwateren van Friesland zouden aandoen. Met een hittegolf, gepaard met geen wind, opkomst lijkt het ons goed de verkoeling van het zwemwater van de Friese meren op te zoeken.
Dat houdt in, klein stukje IJsselmeer van Lemmer naar Stavoren dan door de sluis naar binnen en richting Gaastmeer. Een geliefd plekje van ons. Maar dat houdt ook in, scherp letten op waterdieptes in Friesland (we steken met Linde zo'n 50 cm dieper dan voorheen met Casper) we kunnen niet overal komen.
De afgelopen 2 dagen hebben we in onze thuishaven nog wat klusjes gedaan, een beetje opgeruimd, een aantal stootkussens voorzien van een nieuw lijntje en een nieuwe bal (groot rond stootkussen) aangeschaft. Deze moet 2 oudere ballen die aanwezig waren op Linde vervangen. Tenminste dat denken we. Gaan we deze 'oude' ballen nog meenemen? Ze hangen namelijk ook wel een beetje in de weg. Na wat wikken en wegen besluiten we ze in de auto te leggen. Als we ze dan missen, pikken we er wel weer één op.
Het voelt comfortabel, we gaan iets doen wat we kunnen. 7 jaren hebben we met onze motorboot door (met name) Friesland gevaren. Bruggen, sluizen, hogerwallen, lagerwallen* alles hebben we zo'n beetje wel gehad. Oke oke, het is een andere boot, we moeten echt nog wennen aan hoe hij reageert en afmeren gaat nog niet helemaal op de automatische pilot, maar toch het voelt goed. Er is nauwelijks wind als we vertrekken richting de sluis van Stavoren. Daar kan het soms enorm druk zijn, wij hopen dat we de drukte nog een beetje voor zullen zijn.
Ik besluit voor het eerst de schipper te zijn bij vertrek, dat is dan weer iets minder comfortabel, maar ik moet er aan geloven. Ik heb mezelf belooft er alles aan te doen ook zonder Roelof te kunnen gaan varen. En met Roelof aan mijn zijde, die mij de juiste tips kan geven, moet mij dat toch lukken. Dat is overwinning no1, zonder problemen vaar ik de haven uit. Roelof grut nog wat op dek en onderdek, ik zoek de koers. Ik zie dat de plotter nog niet correct aan staat. Shit, dat had ik moeten controleren voor ik uit het vak vertrok. Waar zit die vaargeul. Is die rode ton nou rechts, of juist links** … Waarom let ik nou nooit beter op. Voor de zekerheid toch maar een stukje dichter naar die groene ton varen en de diepte meter in de gaten houden. 1,9 geeft hij aan afgewisseld met een 2,1. Met 1,65m diepte van Linde nog voldoende water onder de kiel. Ik kijk even achterom om te kijken of ik naar bakboord*** kan sturen, PLOF… Stil. Ik weet het meteen, we liggen vast.. Met de haven nog in het zicht.
Gelukkig herken ik het gevoel van vroeger, het gebeurde ons niet veel. Onze boot (de Hullest) lag slechts 70 cm diep, dan kun je BIJNA overal komen. Mijn vader heeft dan ook menig zeilboot uit het ondiepe getrokken. Ik hoefde dan ook niet na te denken "terug gaan naar waar je vandaan kwam", dat zei hij altijd. Dus: volle bak achteruit en dat lukt ik voel dat we weer wat los komen. Maar helaas beschik ik toch ook wel over wat vrouwelijke hormonen, achteruit rijden met een auto is nooit mijn hobby geweest, achteruit varen met een boot is next level voor mij. Geen geautomatiseerd gevoel over dit onderwerp. Recht achteruit varen: vak apart (ter mijn verdediging de wind en stroming hebben hier ook invloed op). Hoe dan ook we komen al vrij snel uit de koers en dus ook met de kont van de boot op een plek waar we nog niet hebben gevaren terecht, tikkie met de boegschroef**** en dan recht vooruit richting vaargeul. Oke, deukje in mijn ego, maar toch ook wel trots dat ik het ook heb weten op te lossen.
Op het IJsselmeer is het heerlijk varen, we hebben de ruimte om ons heen en motorzeilen nog een klein stukje. Uit de richting van Stavoren zien we veel bootjes vertrekken, we denken hieruit af te leiden dat de meeste mensen uit Stavoren vertrekken en niet, zoals wij, naar Stavoren gaan. Wanneer we eenmaal de sluis in het vizier hebben kunnen we snel concluderen dat dit niet de juiste conclusie was. Voor ons doen, voor ons gevoel is het er enorm druk… (ik denk dat we hier na een weekje IJsselmeer al niet meer het juiste referentiekader hebben maar toch). We moeten wachten voor een schutting bij de sluis, wachtsteiger helemaal vol, gelukkig nog net 1 plekje voor ons, echter wel aan lagerwal. "Ik heb de bal (het ronde stootkussen) achter nodig," zegt Roelof. (O ja, vergeten te vertellen, de kapitein zelf mag deze klus, sluis invaren, nog even klaren 🙂) Dus als goede matroos hang ik de bal achter aan bakboord kant. Als we liggen te wachten is er wat tijd voor ontspanning, maar niet te lang want ik zie een grote hoeveelheid boten richting sluis komen, die allemaal dobberend moeten wachten. En dus ook in potentie onze kant uit kunnen drijven. Uiteraard zijn dit allemaal ervaren zeilers en moet ik vertrouwen hebben, maar dat is (wanneer je 7 jaar in een huurboten wereld hebt gevaren) voor een controlefreak zoals ik soms lastig.
De sluis gaat open, of eigenlijk 2 sluizen gaan open. Er zijn 2 sluizen welke, zo blijkt, beide gelijktijdig dezelfde kant uit schutten. Er komen dus heel veel boten uit. Dan gaat ons licht op groen, het duurt wel even voordat de hele stoet voor ons op gang is, dus we hebben voldoende tijd om van lagerwal af te gaan en vooruit te varen. Links en rechts schieten ons (Duitse) zeilers voorbij, waarbij ze ons soms (naar ons idee) onvoldoende ruimte geven om te manoeuvreren. De ene boot na de andere verdwijnt tussen de sluisdeuren, om beurten in de linker en de rechter sluis. 2 stewards staan op de sluiskade om aanwijzingen te geven. Geen idee hoeveel ruimte er nog in de rechtersluis is, daar kun je niet inkijken. De linker lijkt al aardig vol. Met dat we op de rechtersluis af gaan varen, denk ik te zien dat de steward gebaart dat we terug moeten. Dat we niet meer passen. Een beetje verwarring ontstaat er, de Duitsers hebben dit teken blijkbaar niet gezien en varen ons voorbij de sluis in… het lijkt wel te passen.
Roelof heeft een briljante ingeving en gaat zijn marifoonschaamte voorbij: "Friso-sluis, hier Linde. Kunnen we nog mee in deze schutting", hoor ik hem zeggen. "Klein momentje Linde, we hebben een beetje last van een bijboot". We wachten rustig even af terwijl boot nr. 4 ons aan stuurboordkant passeert en de rechter sluis in verdwijnt. "Linde, komt u maar door in de Zuid-sluis". Actie! We varen, maar… welke is de zuid-sluis? Even vergeten te vragen, gelukkig krijg ik contact met de Steward die ons weet te vertellen dat we echt niet meer in de linker sluis passen (dat teken hebben we dus toch eerder gekregen) en we varen door naar de rechter waar we aan de stuurboordwal moeten gaan liggen.
Oef wat een spanning…. Wat een drukte, opeens hogerwal, geen hekschroef***** als backup. Een andere steward staat klaar om ons op te vangen en ligt op ons verzoek een springlijn******…. Maar o jeee… ik heb geen stootkussen en geen bal aan de stuurboordboeg hangen dan kunnen we nooit (zoals we dat gewend zijn) de kont naar de kant draaien door gebruik te maken van de spring.
We kunnen al niet meer terug, we moeten door nu en gelukkig is de wal uitgerust met een stootrand. Dan maar tegen de wal aan en draaien…
Tot onze voor buren STOP roepen en ik KRAK hoor. Stootrand ja, maar ook een veiligheidstrappetje (gelukkig van kunststof) waar we met de boeg van de boot PRECIES tegen aan zitten… Wat een pech, of nou ja… verkeerde inschatting. Het spreekwoord: beter mee verlegen als on-verlegen had ons moeten leren dat we een extra bal mee hadden moeten nemen. Deze les hebben we moeten bekopen met een kras(je) op onze boeg en een enorme kras in ieder geval in mijn ego.
Om dit verhaal toch even lekker af te sluiten, zonder problemen zijn we vanuit de sluis op onze ankerplaats op het Gaastmeer gekomen, waar we 2 dagen heerlijk van het uitzicht en het mooie weer hebben genoten.
Voor de landrotten:
*Bij hogerwal waait de wind je boot van de kant (waar je wilt liggen) af. Bij lagerwal juist andersom, het aanleggen is dan eenvoudig, maar wegwaren kan hierdoor soms een uitdaging zijn.
** een vaargeul is altijd met betonning afgebakend, rode aan de ene kant en groene aan de andere, op kruispunten vind je rood/groene tonnen.
*** bakboord is links
**** een boegschroef is een extra schroef in de punt (de boeg) van de boot, waarmee je de boeg een kant op kunt drukken.
***** een hekschroef is hetzelfde als een boegschroef alleen dan aan de achterzijde (de hek) van de boot
****** Springlijn is een lijn van de boeg schuin naar achter de wal op
Er zijn nog geen reacties op dit bericht. Voel je vrij om een reactie op dit bericht achter te laten.
Uw reactie